Owen Pallett (MySpace, Last.fm, Twitter) is een buitenbeen. En ik gebruik hier expliciet niet het verkleinwoord.
Op Domino is net zijn nieuwe album uit, Heartland, het eerste onder zijn eigen naam.
Owen Pallett is in alle opzichten apart. Een soloartiest die viool speelt en zingt, hij brengt popmuziek die krioelt van de tempowisselingen, subtiele lagen gekkenwerk, gebouwd op een dikke basis suikergoed.
Zijn stem klinkt haast engelachtig, te frêle voor de bochten die zijn nummers maken, maar het past wonderwel. Alles blijft absoluut beluisterbaar, maar chaotisch is het woord dat soms in je opkomt.
Hij valt het best te vergelijken met mijn beste vriendin Joanna Newsom: popmuziek geschoeid op klassieke muziek, fantastische arangementen en zeer merkwaardig.
De basis is, zoals zo vaak, popmuziek, die snel en lustig voort dendert, maar dik en boordevol zit. Niet alleen de klassieke muziek sijpelt vaak door, maar er zijn ook brokjes electronica die alles subtiel in de verf zetten.
Zeer aangename weelderigheid.
Een live video (leuker en leuker naar het einde toe):
Op één of andere manier is quasi alles wat deze groep doet, goed. Quasi. Ergens nu, of binnen een paar weken brengen ze hun tweede album uit, Odd Blood. De plaat werd in december al voorafgegaan door de ijzersterk single Ambling Alp, met een uitermate geschifte clip.
Het nieuwe album ligt bij mij al een paar weken op repeat. En het is nu al één van de sterkste platen van het jaar. Enfin, er moet nog veel uitgebracht worden, maar hieraan tippen zal zeer moeilijk worden.
De vergelijking met Talking Heads wordt vaak gemaakt. En voor een stuk is dat terecht. Net als die groep - waar ik niet echt fan van ben, maar die ik wel, uhm, respecteer - maken ze eigenlijk gewoon popmuziek, maar op een volledig unieke manier. Je kan onmogelijk zeggen of ze nu sterker aanleunen bij het ene of het andere genre.
Op hun debuut klonken ze soms een beetje teveel geitenwollensokken, wat mij toen zeker niet stoorde. Dat geluid is nu bijna volledig verdreven, en vervangen door soms veel dansbaardere rythmes, strakkere structuren en dikkere funk.
Soms begeven ze zich nog dicht tegen de rand van het melige, maar als je het langer dan een paar seconden volhoudt blijven nummers over die één voor één nog nooit eerder gemaakt of gehoord zijn, met talrijke psychedelische lagen die strakgespannen worden voortgestuuwd door een sterke rhytmesectie. Paradoxaal genoeg zijn ze nu nog maar met 3, nadat ze tussen de twee albums hun drummer er uit hebben gekieperd. Iets wat je amper merkt. Integendeel dus.
Nieuwe single Madder Red heeft een begin dat als een kruising tussen koorzang en een hippie anthem klinkt, en als gitarist Anand Wilder aan zijn zangpartij begint klinkt hij als een puber met liefdsverdriet, maar de song blijft sterk en houdt zich staande. Het is trouwens duidelijk dat Wilder een musical verleden heeft. Veel systeempjes uit die wereld steken af en toe de kop op in zijn nummers.
Het album is gevuld met meters en meters dikke lagen van synthesizers, zonder dat een nummer ook maar één seconde steriel klinkt. Het is functionele exotica, breed uitgesmeerde gestesverruimendheid. Draaikolken mengen zich met gespannen staande bassen, die draaien/schudden tot je dronken wordt.
Zonovergoten gekte. Sexueel geladen psychedelica. Een echte mix. Die vaak lijkt te gaan verdrinken in zijn eigen talen.
En boven dat alles ligt de sterke zang van Chris Keating, die alle registers opentrekt, perfect bij alles past, geen seconde saai is. Een echte zanger zoals er niet veel meer zijn. En de twee andere leden doen meer dan eens hun duitje in het zakje, want samenzang is duidelijk waar deze mannen op kicken.
Deze mannen zijn vooral live ook goed. En dat hoor je aan de nummers. Ze laten nog enorm veel ruimte voor interpretatie, die ze dan live kunnen brengen. Mijn tickets voor het concert in Trixx zijn al gekocht. Het album is al besteld.
Deze mannen staan niet stil. Dit is nieuw. Dit is straf.
Nu zaterdag is het zover: RBS Six Nations. Het jaarlijkse rugby toernooi tussen Frankrijk, Ierland, Wales, Engeland, Schotland en Italië. Elk land speelt één maal tegen de andere landen. 15 matchen in het totaal, verspreid over 5 weekends. Met op zaterdag 20 maart de laatste 3 matchen. Wint een team al haar matchen, dan wint ze de Grand Slam.
Vorig jaar won Ierland de titel. Het jaar daarvoor Wales. In 2007 was het Frankrijk.
En dit jaar? Frankrijk zie ik persoonlijk het liefst spelen. Geef mij maar le rugby à la main.French Flair (voor zij die net als ik Franse commentatoren, in om het even welke sport, niet kunnen uitstaan: er is nog altijd de BBC).
Frankrijk speelt goed, maar heeft altijd problemen met discipline. En met harde ploegen die gesloten spelen. Trouwens, voor wie dacht dat rugby-spelers domme hopen vlees zijn, ex-rugby speler Jean-Pierre Rives - bijnaam: casque d'or - ledit een succesvol tweede leven als kunstenaar.
Italië: altijd het kneusje, en ze missen normaal gezien hun sterspeler Sergio Parisse. Het voordeel aan Italië is dat als ze thuisspelen, het ons een blik gunt in de nakende lente.
Schotland: ook niet echt denderend, want ze lijken enkel te kunnen winnen van Italië de voorbije edities. Wel sterke voorlinie, en atletische achterlinie met de broers Rory en Sean Lamont. Schotland die thuis speelt is wel altijd sfeer. Daarvoor alleen al is het de moeite om te kijken.
Engeland: de allerlaatste match op de allerlaatste dag is in Frankrijk: "Le Crunch". Engeland speelt zeer onstandvastig de voorbije 2 jaar. Met schitterende matchen die worden afgewisseld met matchen waar hun coach Martin Johnson een facepalm van gaat doen. Maar wel mét Jonny Wilkinson.
Wales: speelde in 2008 een prachtig toernooi, en het land was terecht euforisch achteraf, maar die euforie is nu wel voorbij. Lee Byrne mag plots wel meedoen, terwijl hij op het punt stond een schorsing van twee weken aangesmeerd te krijgen. En ook snelheidsduivel Shane Williams doet mee. Alleen wordt het weer een hele klus om te volgen wie nu Jones noemt en wie Williams.
Ierland: een team dat moet bevestigen. Een team dat wel niet meer heeft verloren sinds maaaaanden. Maar een team dat ook ouder wordt. Eigenlijk al bij al de te kloppen ploeg.
Ik weet het niet goed. Mayer Hawthorne is echt niet my cup of tea. Eerder muziek voor vouwen. Maar goed, er is iets aan. Iets dat me toch af en toe doet terugkeren. En het is een naam die blijft circuleren. En mensen die de man live hebben gezien lijken verzamelaars te zijn van superlatieven.
Deze ietwat nerdy uitziende DJ/Producer/Rapper/Zanger brengt een soort zoetgevooisde soul-pop. Zeer melodieus, zeer gemakkelijk, zeer opbeurend zonder springerig te zijn. Maar tegelijk ook zo randje van het platvloerse en evidente. Je gaat er wel van heupwiegen, maar je zal er niet van zweten. Te mak voor mij maar best te pruimen.
The Legendary Tigerman is een andere one-man-band, letterlijk dan. Deze portugese blues-dandy laat zich graag fotograferen met liggende vrouwen, ofwel is hij zelf naakt en ziet hij er als een drag queen uit. Imago is belangrijk voor deze man. Live speelt hij alleen, en wisselt hij tussen gitaar, drums en harmonica.
Zijn blues is niet het soort in pek gedrengte vettigheid, nog van het soort dat gespeeld wordt door oersaaie 60-jarige Amerikanen die een heel concerte van links naar rechts wiegen met hun gitaararm. Ook hier weer is het allemaal wat softer, maar daarom niet zo gedwee. Het is subtiel, zonder intens te worden. Het blijft wat oppervlakkig, maar toch leuk om te beluisteren. Ook hier ga je weer niet van zweten of janken, het is eerder braafjes meeknikken.
Zijn pas uitgebrachte album Femina bevat nummers door hem ingespeeld, en waar hij andere zangeressen (Peaches, Cibelle, ...) laat op zingen, af en toe in samenspel met hem.
Clipje
Taxi Taxi!
Iets meer dan één personen, hier, namelijk een Zweedse tweeling (neen niet dat soort Zweedse tweeling) onder de naam Taxi Taxi! 4 jaar geleden begonnen, op 15-jarige leeftijd, zingen de jongedames zachte, haast magische popliedjes, die rustig voortkabbelen, maar altijd intrigerend klinken. Warme muziek, waar je toch altijd het gevoel hebt dat je nog een extra dikke trui kan gebruiken.
Een van de beste dingen die in mijn koptelefoon voorbijkwam glijden de laatste weken. Felix is de artiestennaam van zangeres Lucinda Chua, die zich live soms laat begeleiden door Chris Summerlin om tot een duo te komen. De muziek is een zachte vorm van folk-pop, die vaak bij kamermuziek aanleunt, door de inbreng van piano en cello's. Zeer filmisch aandoende songs, die maar blijven kleven. Perfect voor een herfstavond als deze.
De nummers bevatten veel ruimte, en de piano vormt mooie kringen en druppels van geluid, waarboven Chua haar zachte stem perfect past.
Dim het licht wat, en zet dit op. Je valt er geen seconde van in slaap, want het is echt te goed om te laten liggen.
Hard Drugs is soort typische alt.folk bende. Uptempo nummers gevuld met samenzang, banjo's, blijmoedige gitaren, luid schallende trompetten. Zoals Hard Drugs zijn er tegenwoordig meer groepen dan zonnepanelen in een Vlaamse verkavelingswijk, maar ze zijn toch net ietsje leuker.
Al was het maar omwille van de naam.
Video
Pg.Lost
Pg.Lost is ook niet de eerste om te doen wat ze doen: lang uitgesponnen instrumentale nummers die ontploffen, in repetitieve climaxen van jankende en rammende gitaren. Explosions in the Sky anone? Zijn ze beter? Neen. Zijn ze anders? Neen. Zijn ze goed. Ja! Steengoed? Nee, dat ook weer niet.
Gewoon, het typische gejengel dat voor mijn part soms uren aan een stuk kan duren. Groots en weids, intens en melodieus. Alles wat goede post-rock moet zijn.
De moeite hier even naar te luisteren:
Bear in Heaven
De lastigste van allemaal. Bear in Heaven is echt wel steengoed. Als je het genre al goed vindt natuurlijk.
Dit is echt pure klasse. Psychidelisch aandoende pop, die zo ruim en groots klinkt, zonder overdreven over the top te gaan. De muziek klinkt dik gelaagd maar is tegelijk tot de essentie teruggebracht: geen ritme is té prominent, geen synthesizer klinkt te verwaand, geen gitaar drukt té hard zijn stempel. De jaren tachtig piepen zelfs af en toe eens tussen de geluiden door, maar gelukkig voor ons en voor de mensheid is dit echt amper merkbaar.
Dit is pure goede popmuziek, die je niet kan benoemen, die je niet kan ordenen, die gewoon moet beluisterd worden, en die je op repeat wil zetten.
Bij Yeasayer hebben ze hun drummer buiten gekieperd en hebben ze begin 2010 een nieuw album uit, en nu al een nieuwe single (Ambling Alp), dat ze al eerder speelden tijdens hun optredens (o.a. dat in de Zebrastraat van eerder dit jaar)
Why? is geen nieuwe groep. Ik heb een vaag vermoeden dat ik het er al over gehad heb maar ben net iets te lui om dat te gaan uitzoeken.
Anyway, in een vlaag van nostalgie ben ik deze week eens gaan luisteren naar muziek van iets ouder dan een paar maand, en in mijn verzameling kwam ik Alopecia van Why? tegen en weer bleven de nummers danig kleven.
Why? is één van de vele parels van het Anticon label. Allemaal die groepen hebben gemeen dat ze niet evident zijn, maar ook niet moeilijk. Alleen soms wat lastig. Why? brengt pop deuntjes van een pure klasse, met een gedempte groove. Maar het belangrijkste zijn de meestal parlando gebrachte raps van zanger Yoni Wolf - een idool voor heel wat mensen - die een stroom aan aanvankelijk loshangende zinnen over de perfecte muziek laat stromen. Loshangend, maar niet chaotisch. Ergens is elke zin een bijna logisch gevolg van de vorige zin, alleen verandert hij om de 6 woorden van onderwerp.
Slechts een proefje:
In Berlin I saw two men fuck
in the dark corner of a basketball court.
Just a slight jangle of pocket change pulsing.
In the tourist part I lost 50 euros
to a guy with the walnut shells and the marble.
and it really pissed me off
so eww, I thought I'd go back to get my money,
but all my money's mummy, OH NO
those gypsys probably got knives.
Een leuke live sessie ergens op een dak:
En een stukje live, in het bovenvernoemde Berlijn:
Van in de tijd dat muziek nog prettig en opzwepend was. Van in de tijd dat microfoons nog kabels hadden. Van in de tijd dat een strakke broek, bretellen, een geschoren hoofd en combats nog gelinkt werden aan een bepaalde muziekstijl. Van in de tijd dat Terry Hall nog een jong gastje was.
Vorig weekend heb ik op een rommelmarkt bij ons in de buurt de vinyl van de eerste van The Specials gekocht. Dit nummer was me nog nooit eerder opgevallen, maar bleef nogal kleven bij de beluistering van de aankoop.
De Deze Neger Komt Zo Hard van 30 jaar geleden. En het huidige favoriete nummer van mijn 2 zonen.
The Specials zijn ook aan een reunie tour begonnen en waren een tijdje geleden bij Jools Holland. Terry Hall is niet meer de springveer die hij toen was. Bespaar jezelf de lichte plaatsvervangende schaamte en ga dat filmpje niet opzoeken.
Hier zijn al eerder groepen aan bod gekomen die er uitzien als emo-pubers, met hun te strakke zwarte broekjes, hun zwarte ontplofte kapsels en hun leunen tegen muren. Neils Children bijvoorbeeld.
Zo is er nu sprake van nog zo een groepje veel te magere kinderen. Maar fucking hell, maken deze goede muziek! Alleen de emo-puber look is er gitzwart aan.
The Xx (last.fmmyspace), gasten en meisjes, zien er uit als groepen uit die verdomd slechte jaren 80, maar hun muziek is dat niet. Geen kopie, geen al té duidelijke referenties. Dit is echt pure goede pop. Ze beweren geïnspireerd te zijn door R&B producers. Maar ze brengen eerder een soort minimale pop, waar alles wat teveel is vakkundig is weggehouden. Ingehouden groovy likjes popmuziek. Nietnijdig. Niet suikerzoet. Wel cool.
De nummers zijn bedrieglijk simpel, fragiel haast, en de gitaren klinken alsof ze gisteren gekocht zijn en ze er amper op kunnen spelen. Maar er zit continu een zeer eenvoudige groove in. Geen al te grootse lagen muziek en soundscapes. Zeer eenvoudige riedeltjes, mooi gezongen. Zo verdomd eenvoudig maar uiterst prikkend en plakkend.
Niet te hard bij nadenken wel, op momenten klinkt het als het laatste jaar muziekschool dat een bandje heeft opgestart. Maar zo klinken ze nooit langer dan 5 seconden. Want dan zijn ze weer zo verdomd goed.
HEALTH (myspacelast.fmwebsite) is ietwat moeilijk te bevatten. Kort kan je het omschrijven als noise-disco. Het spettert hard en soms compleet gestoord, sterk overstuur, maar nooit overdreven. Geen enkel nummer is de hele tijd puur lawaai. Onder het lawaai zit wel eens een stompende beat, en bovenop het lawaai heb je wel eens dat typische shoegaze gezang: zweverig, met veel lagen, wat op de achtergrond.
Klaxons? Neen, die zijn téveel house vergeleken met HEALTH. Dit is noise, maar dan groovy gebracht. Soms.
Ze zitten op City Slang, op zich al een reden om het eens te beluisteren.
Ik ben nooit 100% fan geweest van The Knife (eerder 50%) en ook niet van Fever Ray, het solo project van zangeres en zus Karin Dreijer Andersson (eerder 80% met name), maar het moet gezegd zijn dat de sfeer rond de groep en het duo (foto's, video's, etc) wel altijd compleet af zijn. Volledig. Sterk.