Dit soort clipjes mogen ze meer maken, net als dit soort Hip Hop. Al die evidente TOP 30 Hip Hop rommel verbleekt tegenover dit.
Als ze nu ook nog eens zouden stoppen met geld te tellen, 's nachts zonnebrillen te dragen en halskettingen omhoog te houden zou het helemaal goed zijn.
Emeralds (last.fm, uit bij Editions Mego) luidt de terugkeer van de synthesizer in. Ze zijn natuurlijk niet de enige groep wiens sound in sommige stukken aanleunt tegen 70's bombast van Tangerine Dream en Klaus Schulze. Het verschil met die oude langharige Duitse knoppendraaiers is dat Emeralds natuurlijk de subtiliteit er aan toevoegt. De nummers zijn geen lang uitgesponnen oscillaties of beperken zich niet tot één à twee frequenties. De veranderingen gaan snel, de lagen wijzigen aan een strak tempo.
Ze houden zich zeer van van het Drone lawaai, maar komen aardig in de buurt van de pop-versie van het repititieve gesnerp dat uit een machine kan komen. Constant zacht striemende lagen glijden en wringen zich over en door elkaar. Vaak lijken ze dicht bij het vroegere - en betere - werk van M83 te zitten.
Muziek waar nevels zich naast elkaar leggen om snel weer te verdwijnen. Ogen dicht doen. Of alle lichten uit doen. Anders werkt het niet.
COOL RUNNINGS, een nog vrij obscuur bandje van 5 (of zoiets, want er is nog weinig over geweten), druppelt doorheen het internet. Zoals veel bandjes vandaag verdelen ze hun eerste werkstukken gratis, in dit geval via Bandcamp waar ze 1 EP en 3 nummers aanbieden die ze de voorbije weken hebben uitgebracht.
Licht vunzige Garage Rock/Pop, bedruipt met synths en elektronica allerhande. Rammelende pop, rauw en jong, soms randje lekker. Maar ze hebben wel degelijk hun eigen ranzig aandoende sound.
Zou NMBS-personeel weten wat ze doen, als ze op de trein zitten tussen hun klanten (en eigenlijk ook hun "aandeelhouders"), en dan:
klagen dat ze bijna hun trein hadden gemist omdat iemand nog net op het einde van hun 8ste werkuur hen opbelde met een vraag
klagen dat ze in het seinhuis de krant niet meer mogen lezen, geen computer spelletjes meer mogen spelen en niet meer mogen kaarten
weten te vertellen dat onderstationchefs nog minder moeten doen nu ze niet meer x, y en z moeten doen, sinds er een nieuw 'protocol' is (of hoe noemen ze dat)
even laten weten dat ze, nu ze zijn overgeplaatst naar x, ze zelf voor hun werk moeten zorgen en zich soms echt een halve dag vervelen
Tenenkrullend? Alvast niet eenmalig, want ik kom dit toch vaak tegen.
Dit is iets dat al maanden, laat staan jaren, op de plank ligt. Maar de trend blijft maar aanhouden, dus de drang om dit te schrijven werd onhoudbaar.
Waarom, in godsnaam, willen al die voetballers — en vandaag ook wielrenners, morgen misschien alle sporters — in de tweede persoon enkelvoud spreken? Wat voetballers en hun trainers na een match vertellen kan je in elk geval al voorspellen. Ik denk dat je een lijst kan maken van 30 à 40 zinnen, en elk interview zal een selectie uit die reeks bevatten. Enkel de lidwoorden en voorzetsels staan soms anders. Voor de rest is hun taaltje voorspelbaar.
Maar erger nog is dus dit:
Ja, als je naar hier komt dan weet je dat het geen makkelijke match wordt, en als je dan snel een doelpunt tegen krijgt wordt het zeker niet makkelijk. Ja, als je dan met zo'n cijfers verliest, dan heb je het alleen aan jezelf te danken.
Of nog:
Ja, kijk, je weet dat als je hier punten verliest dat het dure punten zijn. Als je dan de hele tijd met die lange ballen werkt, dan weet je ook dat het zeer makkelijk verdedigen is voor hen. Als je dan kijkt hoe geconcentreerd wij blijven spelen, dan weet je dat dat doelpunt ooit zal vallen, en kan je met de 3 punten naar huis. Ja, dan ben je tevreden natuurlijk.
En:
Ja, alles wat je weet wat de ploeg moest doen heb je gedaan, dus ja. En vandaag was iedereen aan zijn top en dan heb je zo'n wedstrijd. Je weet dat het fysiek een zware wedstrijd wordt, maar als je je dan houdt aan de afspraken, dan weet je dat het goed komt.
Dom, de nieuwe sensatie (myspace). Synthesizer pop die lekker doorgaat maar vooral gedrenkt is in liters echo's en kilo's reverb. Lekker fris en catchy, maar toch wel groovy en ietwat spannend. Een zeer rustige versie van Klaxons? Surfpunk die teveel met de suiker is bedekt? Vette rock die door een obscuur Zweeds popgroepje wordt gecovered? Eén nummer begint als onversneden Dinosaur Jr om snel gladjes en jongensachtig te worden.
Waar deze groep vooral in slaagt is om elk nummer catchy en toch spannend te maken. Kunstenaars van de pop.
Gladde maar vettige synth pop. Degelijk. Niet wereldschokkend.
Britse groepen, vooral die met voorover-combs en graatmagere benen die hun gitaren hoog dragen, daarvan heb je er dertien in een dozijn. Bear Cavalry (myspace, last.fm) is er ook zo eentje. Maar deze jonge jongens blijven klitten aan je oren na amper een paar luisterbeurten.
Jeugdig en springerig mengen ze elektronica - zonder dat het etterig of té intelectueel klinkt - met gitaren - die dan weer niet té scherp klinken. De nummers gaan allemaal alle richtingen uit. Versnellen, vertragen, krijgen een trompet, worden een ballad, gaan dan weer stuiteren, stop-starten dan weer.
Er is nog werk aan de winkel, maar ze hebben het al. Plezierig en kwalitatief. Kortom: zeer aangenaam.
Je zal ze nog niet snel op de radio horen, daarvoor is het nog een jaar of twee te vroeg, en op de radio spelen ze toch alleen maar rommel. Maar hun beide EP's kan je volledig rechtmatig en gratis downloaden van hier: Two Seasons en Canadia.
De drummer heeft zijn eigen takes opgenomen van de opname van "Last Night I Fell In Love With Floor 9". Zoals je ziet doen ze echt nog alles zelf (zelf opnemen, ze hebben nog geen label)
De rekken van elke boekhandel, de pagina's van elke online boekenwinkel, ze zijn al maanden gevuld met boeken over De Economische Crisis. Zelfs terwijl De Crisis zijn volle impact nog niet had gehad, schreven Experten Ter Zake al pagina's vol met vermanende vingers, doemscenario's allerhande, verklaringen over dé énige échte réden en tabellen met getallen die uit hun voegen barstten.
Too Big To Fail van Andrew Ross Sorkin voegt daar niets aan toe. Wil je een ietwat omvattende uitleg (die steeds beperkt zal zijn, zo complex is het gegeven) dan lees je best het zeer goede How Markets Fail van John Cassidy. Too Big To Fail is een fly-on-the-wall verhaal dat de belangrijkste protagonisten van Wall Street en van Washington samenbrengt en tot leven roept, en de weken voor en na september 2008 verhaalt alsof je er dus letterlijk bij was.
Het boek blijft kleven. Dat staat vast. Maar tegelijk heb ik het niet uitgelezen. Een 50-tal pagina's voor het einde heb ik het opzij gelegd. Het was me teveel geworden.
Er zitten wat domme fouten in (spellingsfouten, complete paragrafen die tweemaal na elkaar zijn gedrukt), maar die hebben het boek de das niet omgedaan. Wel de quasi continue stroom aan namen van mensen. Ongeveer elke bankier of advocaat in, rond en onder Wall Street wordt met naam en toenaam naar voor gebracht en mag zijn oneliner afsteken. Ik heb nog nooit zo vaak terug gebladerd, of de index opgezocht om te weten te komen wie nu weer die Ken, John of William is.
De belangrijkste reden om het boek niet af te werken is wel dat na een tijdje de verhaallijn eigenlijk zichzelf herhaalt. Het boek is chronologisch opgevat: eerst gaat Bear Stearns voor de bijl. Een stap die snel wordt gezet in het boek, want het wordt erger en dus interessanter later. Daarna volgen Freddie Mac en Fannie Mae, de twee door de staat gesponsorde instituten die werden opgericht om potentiële huis eigenaars van een lening te voorzien. Socialism, you said? En dan volgt de eerste hoofdschotel: Lehman Brothers. Waarna alle aandacht naar AIG gaat, en Merrill Lynch. Gevolgd door ongeveer iedereen die de naam bank waard is (alles waar Morgan, Goldman en Sachs in komt in ongeveer elke mogelijk combinatie).
Het patroon komt steeds terug: toplui begrijpen het niet, de administratie begrijpt niet dat niemand het begrijpt, de dagen volgen zich op, de aandelenkoersen dalen zienderogen, er worden vannalle pistes bewandeld (in die periode zag iedereen in iedereen de ideale overnemer blijkbaar). Herhaal. Herhaal. Herhaal.
Maar het boek zelf dan. Het bevestigt uw haat jegens de financiële wereld niet. Het is geen aanklacht, geen poster, geen pamflet over lonen, hubris, blind geloof in zichzelf. Die dingen komen allemaal aan bod, maar op een bedaarde wijze. Wat voor mij nogmaals duidelijk maakt dat in die wereld, dit niet uitzonderlijk is, maar dat voor iedereen op dat niveau de meest normale gang van zaken is. Wat geen excuus is voor een of ander gedrag, maar het wel kadert. Ik vrees dat iedereen die op die verdiepingen van die hoofdkantoren zou belanden, quasi net hetzelfde zou hebben gedaan.
Niks menselijk is ons vreemd. Hebzucht? Neen, alles is doorheen heel het boek de normaalste gang van zaken. En als er dan een bedrijf tegen de muur kwakt, is het reactie des te meer puur ongeloof.
Wat mij vooral opviel was de vaagheid van alles. Niemand leek te beschikken over cijfers. Alle afspraken worden gemaakt met zinnen als "Let's do this" zonder dat iemand bepaalt heeft wat die "this" precies is. Alles is vaagheid en onvolledige gegevens. AIG weet nooit hoe groot de put is. Elke 5 bladzijden gooit iemand opnieuw met de pet, en noemt een nog groter bedrag. Mensen bellen elkaar op met zinnen als "We need to talk." "Yes, we should talk." "Let's talk". Besprekingen verlopen met e-mails en telefoongesprekken die zo abstract en flou zijn dat het haast hilarisch wordt.
Te langdradig en teveel van hetzelfde zijn de negatieve kanten. Hallucinant, leerrijk en zeer menselijk zijn de positieven kanten.