Lopen
27 November 2008
Eentweedriestart
Als ik deze zin schrijf is het begin Augustus. Ik ben nu één maand aan het lopen. Volgens een schema zoals je er tienduizenden en meer kan vinden. Ik zit nu midden in week vijf.
Het is nog vroeg om iets over lopen te schrijven. Als ik morgen beslis dat ik er geen zin meer in heb, zal ik niet de enige zijn, maar voelt een blogpost over lopen nutteloos aan. Dus is het plan dit aan te vullen terwijl ik vorder.
Tot nu toe gaat alles alleszins goed. Tijdens die eerste keren, begin juli dus, waar er amper meer dan een minuut na elkaar gelopen moest worden, was het enige dat voor last zorgde alles wat mechanisch is: spieren en gewrichten. Ik heb me echter nog nooit echt moe gevoeld. En ik heb tot nu toe nooit het gevoel gehad het schema (met nog steeds veel rusttijden) niet aan te kunnen.
Je denkt je lichaam te kennen
En dan volgt nu een cliché van een omvang dat het amper meetbar is: de ene dag gaat het beter dan de andere.
Cliché, maar het is de enige manier om het te beschrijven. Soms doe ik er, na het schema dat ik moest afwerken, zonder enig verpinken een paar minuten bij. Soms sleep ik naar het einde. Ik begrijp nu als sportmensen zeggen dat ze 'de benen niet hadden'. Je denkt je lichaam te kennen. Maar dat is niet het geval. Vooral omdat het zo willekeurig is: soms denk ik voor ik vertrek dat het moeilijk zal gaan, en blijkt het peanuts te zijn. Soms voel ik me tiptop tijdens de eerste minuten, maar wordt de rest een tocht door de hel. Soms start ik razendsnel, raak ik halfweg amper vooruit, en eindig aan een snel tempo.
Het juiste materiaal
Ondertussen is het polshorloge met wijzers dat ik dagdagelijks draag het meest aan vervanging toe. Het zweet zorgt dat de binnenkant vol condens zit. En wijzers (die op zich al niet correct staan) aflezen terwijl je loopt is onhandig. Dit wordt dus een kleine investering.
Half augustus, stukken van 5 tot 8 minuten
Het begint moeilijker te worden. Ik heb vandaag, een loop van stukken van 5 + 6 + 7 + 8 minuten, met veel moeite afgewerkt. Voor het eerst zweet ik aan het einde van de rit. Het voelt vaak ook aan alsof mijn hoofd op springen staat.
Tot voor kort deed ik alles alleen, maar onlangs heb ik ook gelopen met een vriend. Samen met iemand lopen is echter niet helemaal voor mij. We hadden het er over onlangs met een paar mensen. Iemand vertelde dat ze niet alleen kan lopen, dat ze iemand moet hebben om tegen te praten. Ik doe het liever eenzaam en alleen. Ik heb ook geen muziek in de oren. Ik snap eigenlijk niet dat mensen dat willen. Het is een unieke kans om geluiden te horen, op plekken waar je amper komt. De muziek zou ook teveel mijn ritme bepalen. En ik wil echt alles rondom mij horen, zien en ruiken. Alle ballast weg, altijd en overal. Story of my life.
Waarlangs
Na een tijdje langs een parcours in de buurt te lopen, loop ik nu rond de Blaarmeersen. De watersportbaan, bijna een verplicht nummer voor lopers, zal ik wel eens doen, maar ik vind de plek saai, luid en grijs. De Blaarmeersen is minder grijs en minder saai. En in de Blaarmeersen kom je, afhankelijk van het tijdstip wandelaars, lopers of konijnen tegen. Avond: wandelaars. Late avond: lopers. Zeer late avond: konijnen. Massa's. Het krioelt er.
Eind Augustus, stukken van 3 maal 10, of twee maal 15 of 10 en 20.
De ene dag rampzalig. De andere is het als door boter snijden. Maar elke dag, goed of slecht, heeft 3 stukken: het begint, na de pijn in de mechaniek gedurende de eerste meters, vlot. Het middenstuk is een ramp, ik vertel mezelf steeds dat het me niet zal lukken, maar om terug te keren ben ik te ver. Het laatste stuk voelt het alsof ik spurt, maar tegelijk alsof ik een machine ben die gewoon verdergaat, zonder te denken. Automatische piloot. Gaan. Je voelt niks meer. Is dat The Zone? Runners High? Ik denk dat ik het nog niet gevoeld heb. Wat ik wel altijd voel, goede of slecht loop, is de voldoening.
Wat ik niet voel, is dat ik algemeen meer energie heb. Tijd dus voor enige vorm van mannelijke trots: één iemand vond dat ik was vermagerd. Ik heb deze week ook twee broeken gekocht, en beide een maatje kleiner dan amper 4 weken geleden. Als ik fiets, fiets ik een versnelling hoger (zwaarder). En het voelt niet aan alsof dat dat een stap vooruit is. Het voelt aan als doodnormaal.
Bijna half September, 30 minuten aan één stuk
Ik ben waar ik moest zijn. De eerste twee keren begon ik gewild aan een zeer traag ritme. Joggen voor bejaarden. Ik was bang er niet te raken. De derde keer ben ik met opzet sneller gestart en heb ik er op gelet de hele tijd het ritme niet te laten zakken. Die eerste twee keren een half uur lopen, daar was m'n maximum hartslag wat normaal de gemiddelde hartslag moest zijn, en van zweten was er toen geen sprake. De derde keer wou ik zweten. Ik wou echt eens diep gaan. En dat is netjes gelukt.
Wel stom dat ze in de Blaarmeersen dat stuk strand dat ze nog moeten aanleggen hebben afgesloten. Moet ik langs parkings. Maar waar zaag ik eigenlijk over.
Het doel bereikt, de fun er af
Ik loop nu toch al een paar weken een half uur aan een stuk. En de fun lijkt er af. Ook weer: story of my life. De weg ernaartoe is leuker dan het einddoel zelf.
Dus is de afspraak nu: de Stadsloop ergens in mei 2009. De afspraak is wat los vast gemaakt met een vriend en een vriendin. Ik heb vandaag geen enkel idee of het zal lukken op te bouwen tot dan. Eigenlijk mag het niet. Ik zou beter nog een tijdje bij dat halfuur blijven. Maar ik vrees dat ik het dan snel zal opgeven, want ik heb een doel nodig.
Omgerekend - het is nu begin oktober - moet ik er ongeveer 5 minuten bij doen per maand. Dat wordt harken.
Afzien
En zo ben ik nu, half oktober, al voor de 8ste maal na elkaar amper verder geraakt dan 30 minuten. Het is sleuren en trekken. Ik ben al gedaald van 3 maal per week naar 2 maal per week. De Blaarmeersen zijn te donker (en te gevaarlijk als ik alle verhalen mag horen) dus doe ik nu rondjes ergens hier in de buurt. Wat handig is. Ik moet er minstens 3 doen. Als ik me goed voel kan ik er een 4e bij doen. Als het begint te regenen ben ik snel terug thuis. En ik kan de tijd van elk rondje vergelijken. Dat schept soms hoop, maar meestal frustratie.
Ik raak dus amper tot aan de 35 minuten. Alsof alle kracht uit mijn lichaam is verdwenen. Dat gebeurt soms (zie eerder), maar nooit 2 à 3 weken aan een stuk.
40 à 45 minuten
Bijna eind november. Ik ben er in geslaagd om toch op te bouwen. Ik zit nu ergens aan 42 à 45 minuten, afhankelijk van een goede of zeer goede dag. Slechte dagen zijn er niet meer. De rondjes heb ik stopgezet. Ik ben al een paar maal rond de Watersportbaan gaan lopen. Ik vind het nog steeds een grijze, stinkende plek. Maar het heeft één voordeel: het is saai. En ik hou eigenlijk van saai: één rechte lijn waar geen einde aan lijkt te komen. Prachtig om te doen. En vooral: eenmaal je aan het uiteinde bent, is er geen weg terug. Of liever: maar één weg terug. Dus kan je niet opgeven. Ik begin in de buurt, loop naar de Watersportbaan, loop er rond, en keer terug naar de buurt. Heb ik een zeer goede dag, doe ik nog een blokje rond, wat 3 minuten extra geeft.
Ik laat me wel gewillig inhalen door de echte hardlopers. Ik durf soms te denken dat ik een grijns op hun gezicht zie. Maar daar moet ik me niets van aantrekken. Ik haal zelf vaak groepjes in. Grappig zijn de groepjes vrouwen. Bijna altijd hoor ik een zin met daarin '... mijn moeder ...'. Het lopen lijkt voor meer mensen eerder een sociaal iets dan een manier om te sporten.
Het is lekker koud ook. Maar daarom doe ik nog geen lange broek aan. Lange broeken is voor mietjes. Mutsen ook. Handschoenen ook. iPods ook.
Ik moet alleen proberen te onthouden dat m'n lippen likken niet zo'n goed idee is als het vriest.
Die 40 minuten, die had ik moeten bereiken eind december. We zijn eind november en ik zit bijna aan 45. Die stadsloop, dat moet lukken. Eén vrees: die dag té nerveus zijn of een barslechte dag hebben.
in lopen
